Oktober  2020

Drie crisissen op een rij.


De Corona crisis.

Nu het ”tweede golf- hoogtepunt” van deze crisis stilaan achter ons ligt, en de overheid na lang talmen zich noodgedwongen verplicht zag om voor ons allen te bepalen dat ons gezin binnen onze eigen woonst amper nog één persoon mag toelaten, wordt daar, samen met alle andere strenge maatregelen daarbuiten, mee aangetoond dat zowel grondrechten als verdragsrechtelijke vrijheden en verplichtingen verplichtingen, juist wegens de voorwaardelijke, interpreteerbare, en soms tegenstrijdige inhoud ervan, subjectief en veranderlijk door de omstandigheden naar believen, al dan niet tijdelijk, door de beleidvoerders kunnen gewijzigd worden.

Dit is een feitelijke vaststelling, en geen mening. Dit is ook geen kritiek op het coronabeleid, ondanks dat zowel onze eigen bewindvoerders, alsook deze wereldwijd, door menige (achteraf gebleken) fouten en tekortkomingen hebben begaan. Ook heb ik, zoal som het even wie, geen beter, algemeen aanvaardbaar, uitvoerbaar, en werkbaar alternatief om deze crisis te beheersen. De afweging tussen de economische-, sociale-, en gezondheidsbelangen, gezamenlijk gedefinieerd als het ‘algemeen maatschappelijk belang’, wat in feiten eigenlijk inhoud dat iedereen een deel van zijn belang dient in te boeten, is bijzonder moeilijk, gezien de mens van nature uit per definitie zijn eigenbelang steeds vooropstelt. De vraag, hoelang dit virus een groot deel van de wereld in zijn houtgreep kan/zal houden, weet blijkbaar niemand. (behalve diegenen die daar niets hoeven aan bij te dragen)

Sinds de oermens uit zijn grotten is gekomen om samen met andere families in stamverband, en later in groepsverband te gaan leven, toont de geschiedenis tot op de dag van vandaag aan dat begrippen zoals, rechtvaardigheid, rechtszekerheid, eerlijkheid, menswaardigheid, samenhorigheid, verbondenheid, enz, wegens hun subjectiviteit, interpreteerbaarheid, en onduidelijke en/of verwarrende definiëring, door zowel individuen, groepen, als door overheden, gebruikt én misbruikt worden om hun daden, en beslissingen te verantwoorden, ook als leiden die tot al, dan niet gewelddadige, conflicten.

De vluchtelingen- en migratiecrisis

Mijn mening over de, naar alle waarschijnlijkheid nooit meer aflatende vluchtelingenstroom, waaronder, behalve de echt noodlijdende mensen die oorlog en culturele of religieuze vervolging ontvluchten, er ook heel wat economische, en gewone migranten op zoek zijn naar een ‘beter’ leven, is gegroeid uit de vaststelling dat, een veelheid aan ver van elkaar uiteenlopende culturen, die elk zo veel mogelijk hun eigen etniciteit willen bewaren, de ‘integratie’ zo niet onmogelijk, dan toch sterk bemoeilijkt. Samenlevingsconflicten zijn dan ook nooit veraf.

Bij die vluchtelingen, en al dan niet legale migranten, bestaat een meerderheid ervan uit aanhangers van de islam, een als religie vermomde ideologie, die per definitie elke vorm van integratie in- of met culturen van andere religies of levensbeschouwingen per definitie afwijst. In tegenstelling tot in de VS, waar de tegenstellingen zich in hoofdzaak tussen de blanke en Afro-Amerikanen voordoen, verdringt in West-Europa de groeiende invloed van de islamieten, welke met actieve en passieve medewerking van linkse islamtolererende autochtone groepen, stapvoets bepaalde westerse cultuuruitingen en -gedragingen. Een groeiend deel van de westerse autochtone bevolking krijgt steeds meer de indruk dat het hier om een ‘omgekeerde integratie’ gaat’ welke omwille van de demografische ontwikkeling in steeds grotere mate tot een geleidelijke islamisering zal leiden.

Ook al heb ik heel wat vragen en bedenkingen bij bepaalde delen van het gedachtegoed van een politieke partijen zoals het Vlaams Belang, toch begrijpt ik niet dat zovelen niet inzien dat vrijwel iedereen (onbewust?) de door het VB veel gebruikte slagzin "Eigen volk eerst" zich eigen maakt. Het is trouwen een principe dat sinds mensenheugenis wereldwijd bij alle volkeren wordt toegepast.

Dat ‘eigen volk’ begin bij het gezin, waar de verzuchtingen en noden ervan voorop worden gesteld, en waar eventuele solidariteit met anderen buiten het gezin enkel kan indien het de belangen van de gezinsleden zelf niet schaadt. Die solidariteit met anderen, buiten het gezin, gaat in aflopende volgorde verder over, ouders, grootouders, broers en zusters, Ooms, Tantes Neven en nichten, enz... Goede vrienden, naaste buren, en kennissen, kunnen eveneens op meer aandacht rekenen dan onbekende wijk- en stadsgenoten, al gaan die meestal voor op andere volks- en/of landgenoten. Die dier opgesomde volgorde kan uiteraard door omstandigheden evolueren en/of veranderen.

Voor zover daardoor de voornoemden niet of in mindere mate benadeeld worden, en de mate waarin wij dat nodig achten, zijn wij dan eveneens bereid om een deel van ons bezit of inkomen aan gemeenschappelijke rijkdom, aan de verder van ons verwijderde volkeren te schenken. Ten slotte is er ook de hulp aan de 'noodlijdenden' en hulpbehoevenden binnen al de voornoemde categorieën. De mate en de noodzaak ervan maken wij afhankelijk van complexe, interpreteerbare, nuanceerbare, en persoonlijke of gemeenschappelijke beoordelingen.

In deze is het de vraag, in welke mate wij al dan niet toestaan of er daarbij sprake dient te zijn van het 'benadelen' van het deel van het 'eigen volk' dat, weliswaar in mindere mate' eveneens noodlijdend en hulpbehoevend kan zijn. En zou het niet logisch zijn om ook daar het begrip "eigen volk eerst" toe te passen?

De klimaatcrisis

Dat het klimaat ‘opwarmt’ kan geen zinnig mens ontkennen. Men hoeft als ‘oudere’ geen klimatoloog te zijn om vest te stellen dat het tot begin de jaren jaren tachtig van vorige eeuw schering en inslag was dat de Krisanten op de kerkoven met Allerheiligen kapotvroren en de Sint-Maarten-jaarmarkten op 11 november enkel met dikke jassen en handschoenen te beleven vielen. Sindsdien zijn zelfs witte kerst- en nieuwjaarsnachten een uitzondering, en doen sommige ‘winters’ eerder aan vroegere koude herfstperiodes denken.

Over de mate waarin wij als mensdom hebben bijgedragen, en nog steeds bijdragen, aan die klimaatverandering, zijn de meningen en wetenschappelijke studies vrij uiteenlopend verdeeld. Of de hoogstwaarschijnlijk onoverkomelijke gevolgen, indien wij er niets aan doen, wereldwijd zo catastrofaal zijn, heb ik enigermate twijfels. Hoe dan ook, is het mijn vaste overtuiging dat bij dat alles de feitelijkheid van de immense overbevolking op deze planeet daar een relatief grote rol in speelt.

Blijft de vraag of wij de voorspelde catastrofe kunnen voorkomen door een wereldwijde(?) energieomslag, en daardoor tijdig de co²-uitstoot tot een ‘klimaatneutraal’ niveau terug zullen kunnen brengen. Afgezien van de gerede twijfel of windmolens, zonnepanelen, en waterstof in voldoende mate in onze enrgienoodzaak zouden kunnen voorzien, blijft het wetenschappelijk onvoldoende bewezen of de door menselijk toedoen uitgestoten co² de belangrijkste, laat staan enige oorzaak is van de klimaatveranderingen is. Studies daaromtrent zijn meer gestoeld op ‘aannames’ dan op duidelijke en onbetwistbare bewijzen.

Op de “universiteit van het leven”, waar ik wegens mijn leeftijd, stilaan behoor ‘afgestudeerd’ te zijn, heb ik gedurende al die jaren geleerd:

- Dat hoop verwachtingen creëert, welke al te dikwijls uitgestelde ontgoochelingen blijken.
- Dat geloof meestal tot onbewuste blindheid leidt.
- Dat de realiteit ons de mogelijkheden tot inzicht bieden.
- En dat nàdenken de nodige wijsheid kan genereren.

In de toekomst kijken is zoals staren in een ‘zwart gat’: ik zie er afwisselend, ofwel niets, ofwel datgene wat ik hoop, geloof, vrees, of misschien gewoon wat ik verwacht te zien? Hoe dan ook meen ik een toekomst te zien die ver van rooskleurig is; want ik zie niets anders dan zwart...

En nàdenken helpt mij daar niet bij...tenzij de realiteit dat ik een zwart gat zie. Ben ik één van de weinigen?

©RVP-2020