Artikel uit Het Nieuwsblad – 20-21 september 2008

 

 

Aalst hangt lakens uit op Werelddag van de Armoede

 

Armoedemonument kreeg nieuwe tegels

 

 

In Aalst is het armoedemonument aan het OCMW-gebouw gerenoveerd. Na tien jaar waren de tegels aan vervanging toe. De initiatiefnemers vestigen meteen ook de aandacht op de Werelddag van de Armoede. “We leggen ons niet neer bij armoede”, klinkt het.

 

 

In oktober 1998 werd aan het OCMW-gebouw in de Gasthuisstraat een ‘armoedemonument’ opgericht. Individuele mensen konden tegen betaling een tegeltje ontwerpen. Samen naast de armen staan, samen met hen strijden was de achterliggende overtuiging. De tegeltjes werden samengevoegd tot één groot armoedemonument.

‘Maar na tien jaar was er veel slijtage’, zegt OCMW-voorzitter Patrick De Smedt. Onder leiding van Magdelien Roobroeck besloten ze het monument te herstellen. ‘Magdelien rekruteerde vrijwilligers bij de vierdewereldgroep Mensen voor Mensen. Vanuit een aantal creatieve sessies gaven ze vorm en kleur aan wat hen bezighoudt. Dat resulteerde in nieuwe tegels om de beschadigde te vervangen.’

Het monument is gestoeld op solidariteit en genegenheid. ‘Vele hartjes vormen samen één groot hart’, zegt Sonia Peeleman, woordvoerster van de bouwers. ‘Vroeger stond het monument achter prikkeldraad. We hebben het opengetrokken. We wilden er iets warms van maken, want we leggen ons niet neer bij de armoede. Er schuilt een grote creativiteit in ons. We zijn niet rijk, maar wij zijn iemand.’

De initiatiefnemers vroegen meteen ook aandacht voor de Werelddag van de Armoede, op 17 oktober. Met de actie ‘Knoop lakens aan elkaar’ willen ze die dag in Aalst het grootste witte spandoek van Vlaanderen maken. Ze roepen op om mee te doen en een laken uit het raam te hangen.

De OCMW-voorzitter verwijst naar de woorden van de Franse pater Pęre Joseph Wresinski : ‘Burgerlijke vrijheden zijn op dit plein bijeengekomen. Met de levende herinnering aan de strijd voor de menselijke waardigheid hebben zij hulde gebracht aan de slachtoffers van honger, uitsluiting en geweld. Omdat armoede geen noodlot mag zijn, hebben zij zich solidair verklaard. Met allen die waar ook ter wereld een gevecht leveren om de armoede te beëindigen. Waar mensen gedoemd zijn in armoede te leven, worden de rechten van de mens geschonden. Wij zijn verplicht ons te verdedigen om die rechten te doen eerbiedigen.’