Gedichten en liederen

 

 

ARMOEDE (JANNIE HOOGEDAM)

 

ARMOEDE( GEERTVAN ISTENDAEL)


Bart Moeyaert (ex Antwerps stadsdichter)

 

Beker met een tuitje (Ruurd van der Weij)


"Breng je ma in het museum" Op jouw tweede sterfdag (Youssef)

 

CHRISJE (GERARD COX)

 

Christine (Will Ferdy)

 

Cirkels  (Herman Van Veen)

Dapper (Bart Moeyaert)

De eeuwige soldaat (Boudewijn de Groot, universal soldier : Donovan)

 

DE MOEDER – Hugo Claus

 

DE PROCESSIE (KARDINAAL DANNEELS)

 

De raaf en de vos (Ed Kooyman)

 

DIEN AVOND EN DIE ROZE  (Guido Gezelle)

 

De neus (Herman Van Veen)

 

De steen (Bram Vermeulen)

 

DE VLAAMSE ZOON (HUGO CLAUS)

 

De weg is lang (Bots)

 

Een naamloos kind (Tahar Ben Jelloun)
 

EEN RODE  SJAAL (Ivo Van Strijtem)

 

Eens mijn geliefde (Louis Paul Boon)

 

Eigen God eerst  (Willem Vermandere)

 

EN WAT DAN? (Jotie 'T Hooft)

 

Erlkönig   (Johann Wolfgang Goethe)

 

ER LIGT EEN KLEIN LAND OP STERVEN (MARK EYSKENS)

 

Gedichtje op rouwprentje Marc Galle

 

Geloof in socialisme (Herman De Coninck)

 

GEWETENSVRAAG  (dRIEK VAN wISSEN)

 

gij zult eenzaam zijn (anton van wilderode)

 

Hasta Siempre   (Carlos Puebla)

 

Het leven was lijden (Robert Long)

 

In Flanders Fields (John McCrae)

 

Jacob (Robert Long)

 

Jan De Lichte  (Hugo Claus)

 

Je kunt niet zonder anderen (Zjef Vanuytsel)

 

Licht en zon zijn van iedereen (Herman De Coninck)

 

Kerstmis is dien dag dat ze niet schieten (Wannes van de Velde)
 

Kunst (Martin Bril)

 

Madammen met een bontjas (Urbanus)

 

Mén ienig 0iljst  (Odilon Mortier)

 

Mijn allereerste eerste mei   (Frans Beeckman)

 

MORGEN (FRANS BEECKMAN)

 

Monsieur le Président    (Boris Vian)

 

Mijn vadertje (Marnix Gijsen)

 

Nakende lente  (Jana Beranova)

 

Nieuwstad 14 - (Bart Moeyaert)

 

Op zoek naar het verdwenen leven  (Charles Ducal)

 

Papa (Stef Bos)

 

Pinksterkamp van de Socialistische Jeugd – Lichtaart 1964

 

POLITICI ZIJN VERANTWOORDELIJK...

 

POLITIEK (TOON HERMANS)

 

PSYCHE  (Gunnar Callebaut)

 

ROES (HUGO SCHILTZ)

 

Romance (Koen Stassijns   koen.stassijns@telenet.be)

 

Sinter Klaas – Hilda Ram

 

STERVEN (HUGO CLAUS)

 

Suzanne - (Leonard Cohen)

 

UPFIELD (billy bragg)

 

Vandaag bij je graf, lieve paps (Louis Paul Boon)

 

Vierde Wereldlied (tekst: Karel Staes  muziek: vrij naar de Moorsoldaten)

 

Vlaanderen van mijn hart !  (Youssef)

 

Vragen van een lezende arbeider (Berthold Brecht)

 

VREDE  (Lenaert Nijgh)

 

Welterusten mijnheer de president (Lennaert Nijgh / Boudewijn de Groot)

 

Winter (Herman de Coninck)
 

Wir sehen eine Straße

 

Ze zaten samen aan tafel (Jos Brink)

 

ZELFONDERZOEK (gustaaf de meersman)

 

zondag (Remco Campert)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Winter (Herman de Coninck)
 

winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

en toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
zo lang er sneeuw is, is er hoop.

uit: Zolang er sneeuw ligt.

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op zoek naar het verdwenen leven(Gedicht Charles Ducal)

“Ik heb mij voor mijn aanbeveling laten inspireren door wat mij op mijn computerscherm dagelijks in de neus bijt en op het geweten tikt:

de wereld buiten mijn schrijfkamer, die mij elke dag aangrijnst door de klare ruiten van DeWereldMorgen.be.

Ik zie door die ruit hoeveel er de afgelopen jaren verloren is gegaan in de sluipende afbraak van het collectieve,

solidaire en sociaal beschermde leven in naam van de hypercompetitiviteit en het rendement.”

Charles Ducal schreef onderstaand gedicht op uitnodiging van Behoud de Begeerte in het kader van de eindejaarsvoorstelling

‘Aanbevelingen voor een beter leven’ op 20 december in bibliotheek Permeke in Antwerpen.

Ducal leidde zijn gedicht ondermeer met deze woorden in:

 “Ik heb mij voor mijn aanbeveling laten inspireren door wat mij op mijn computerscherm dagelijks in de neus bijt en op het geweten tikt:

de wereld buiten mijn schrijfkamer, die mij elke dag aangrijnst door de klare ruiten van DeWereldMorgen.be.

Ik zie door die ruit hoeveel er de afgelopen jaren verloren is gegaan in de sluipende afbraak van het collectieve,

solidaire en sociaal beschermde leven in naam van de hypercompetitiviteit en het rendement.”

OP ZOEK NAAR HET VERDWENEN LEVEN

Vroeger gluurde ik door de nieuwjaarskier
de toekomst in, vol verwachting, speurend
naar méér, naar aanwinst en verovering.
Half zou voller, krom rechter, dom slimmer
worden. De zomer was zeker, de lente in aantocht.
De weg liep vooruit, was verlicht.

Vandaag keer ik mijn rug naar die deur
en kijk terug, een brief in de hand.
Ik moet onderweg iets zijn kwijtgeraakt.
Iets wat in de brief is beloofd, toegewenst.
Beste medemens. Maar het is koud, zo koud
als mijn leven nog nooit heeft gekend.

Daarom ga ik naar het verdwenen postkantoor,
groet de verdwenen postbediende
en geef hem mijn brief. Daarna loop ik
het verdwenen treinstation binnen, groet
de afgedankte loketjuffrouw en koop een ticket
voor de verdwenen trein naar mijn bestemming.

Op het verlaten fabrieksterrein, midden
het verdwenen gehamer, gestamp en gefluit
roep ik de ontslagen arbeiders weer aan het werk.
Daarna ga ik liggen in het verdwenen middaguur
en geef mij over aan de verdwenen hartslag
van een gestolen zekerheid, een gestolen rust.

In de straten zoek ik de verdwenen som
waartoe ik behoren wil. Losse cijfers tellen zichzelf
en komen tekort. In afgebroken stemhokken
zoek ik de weggesmeten woede. Ik tracht
te begrij
Wie richt de loop? Wie blijft buiten schot?

Thuis til ik de tv uit mijn hoofd. Waar hij gestaan
heeft ligt in het stof mijn verloren verbeelding.
Op zolder steekt achter verdwenen boeken
een vergeten megafoon. Wat daaruit zwijgt, zwijgt
zo versterkt dat ik het eindelijk weer hoor.
Ik sta voor de deur, duw ze open
en loop het nieuwe jaar in, op zoek
naar het verdwenen leven.

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MORGEN

 

Morgen zal de zon weer schijnen

Trots de krisis ons diep kwetst,

sporen staan in ’t hart geëtst.

Morgen gaan we fier “één-mei-en”.

 

Morgen gieten wij de steden

met de vlaggen weer vol rood,

overwinnend eigen nood.

Morgen vieren wij ’t verleden.

 

Morgen weer de strijd hernemen

voor ons recht en ideaal,

met een wil gehard als staal:

’t is te laten of te nemen..

 

Morgen gaan wij “eerste-mei-en”

altijd is het zo geweest,

altijd ’t enig groot, rood feest:

Morden zal de zon weer schijnen

 

 

17.4.1985

Frans Beeckman

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinter Klaas – Hilda Ram – Antwerpen, December „87”

Uit de nieuwe Belgische illustratie – zondagsblad voor het Vlaamsche volk 18887 – 1888

 

“Moeder, ledig vond ik mijn korfken

Van morgen in de schouw

Hoe mag het komen, dat Sinter Klaas mij

Geen lekkers brengen wou?”

Ik deed mijn best om braver te wezen

Dan de kinderen van beneen

En toch, hun bracht hij koeken en speelgoed

En mij, mij bracht hij er geen! Vader is in den hemel, zegt ge

Wat zorgde hij niet voor mij?

Kon hij aan Sinter Klaas niet zeggen

Maak mijn dochterken blij!

Of zou hij zijn lieveling daar vergeten?

Dat ware van hem niet schoon!

Maar, moeder, wat zien ik? Wat weent ge, moeder?

Er rolt een traan op uw koon.

Laat me u kussen, zet me op uw schootje

Dan vergeten we ons verdriet

„k Zal blijde wezen en nooit meer klagen

Als ge mij maar geerne zeit!

Zachtekens werd, in moeders armen

Het kindjen in slaap gesust

En dan op het bed – een harden strozak-

Voorzichtig gelegd ter rust.

‟t Was zaterdagavond, het naaiwerk mocht nu

Op de winkel worden besteld

Nu kwam er van ‟t onverpoosde werken

Toch eindelijk eenig geld.

‟t Was weinig och, zo bitter weinig

Te kort voor kolen en brood

En het moest toch kind en moeder redden

Van koude en van hongersnood!

Maar och! Dat bedacht niet eens de weuw

Haar poppelde ‟t hart zoo blij

Nu ze in de winkel trad, en keus deed

Van koeken en lekkernij

En ‟s anderendaags op de zolderkamer

Was ‟t kermis en groote vreugd!

Och! ‟t Deed na zoveel lijden en kommer

Der armen hart zo‟n deugd!

‟t Is waar, de gansche volgende weke

At moeder minder dan ooit…

Ze had geen eetlust, zegde ze zachtjes

Den mond tot een lach geplooid.

Maar, van de wrede scheurende krampen

In de uitgehongerde maag

Daar werd geen woordeken van gesproken

Ze leed die immers graag.

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

Politici

Zijn verantwoordelijk

Voor het zwerfvuil

Voor de agressie

Voor onze tandpijn

Voor onze hebzucht

Voor onze haastigheid

Voor het verdovende lawaai

Voor onze dronkenschap en de kater die er op volgt

Voor onze impotentie

Voor onze slapeloosheid

Voor onze verveling

Voor onze ontrouw

Voor onze echtscheiding

Voor onze verloedering

Voor onze koude koffie 

Politici, onze misprezen  hoeren

Onze pispalen 

 

gustaaf de meersman

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De processie

 

Het is half elf voorbij,

de hoogmis is juist afgelopen.

Tijd voor de processie.

Eénmaal per jaar dragen ze Gods Zoon

even buiten in de lentezon,

De jaarlijkse gang van Jezus

Door de straten van het dorp.

Iedereen loopt mee:

de beelden en de mensen,

de wagens en de paarden,

de gravin en de commissaris,

de bisschop zelf –

Is dat niet de kardinaal?

God heeft een dag vrijaf.

Door de ramen van de kerk

komen alle heiligen buiten kijken

om mee te genieten van de processie.

De bomen staan in bloei,

het is het heerlijk seizoen.

Het lijkt wel mei.

Wat is de lente welkom

na die lange, natte winter.

Er staat een kermismolen

en er is muziek.

Een paard gaat er van schrikken.

Straks gaan ze allen weer naar binnen,

Jezus ook,

Om weer een lang jaar binnen te blijven.

 

Kardinaals Danneels

Bij ‘De processie van de H Cornelius in Tourinnes-la-grosse

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

DE VLAAMSE ZOON

 

Hij met de zon in zijn ogen,

hij met de kalk in zijn knieën

heeft zich niet meer bewogen

en zijn zaad nooit nog bezien.

 

Zij met het mes in haar ogen,

zij met de schaar in haar schede

heeft al haar minnaars belogen

en mij, haar zoon, gemeden.

 

En ik, honger in hun ogen,

ben de blindste van ons drieën,

ik die zwart zie van het zweten,

omdat ik nooit heb geweten

Of zij mij gaarne hebben gezien.

 

Hugo Claus

 

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

Billy Bragg: “Upfield”

 

 

I dreamed I saw a tree full of angels, up on Primrose Hill

And I flew with them over the Great Wen till I had seen my fill

Of such  poverty and misery sure to tear my soul apart

I’ve got a socialism of the heart

 

 

The angels asked me how I felt about all I’d seen and heard

That they spoke to me, a pagan, Gave me cause to doubt their word

But they laughed and said:

“It doesn’t matter if you’ll help us in our art

You’ve got got a socialism of the heart”

 

 

Their faces shone and they were gone and I was left alone

I walked these ancient empire streets till I came Tearful to my home

And when I woke next morning, I vowed to play my part

I’ve got a socialism of the heart

 

 

I’m going upfield, way up the hillside

I’m going higher than I’ve been before

That’s where you’ll fiend me, over the horizon

Wading in the river, reaching for that other shore

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

ROES

 

O wankel waggel-hoofd

vergeefs in wijn gedoofd

het beeld van uwe zorgen.

 

Want scherper nijpt gemis

en drinken, ach het is

zijn eigen harte worgen

 

Hugo Schiltz

 

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZELFONDERZOEK (gustaaf de meersman)

 

Wat willen we

Wat zoeken we?

Als we op zoek gaan naar onszelf

willen we dan de waarheid zien?

Of wat we als de waarheid beschouwen?

Zullen we niet schrikken?

Durven we de confrontatie wel aan?

De confrontatie van het besef,

te beseffen dat we

maar al teveel geworden zijn wat anderen van ons verlangen te zijn.

Dat we onszelf verloochend hebben, om duizend en één gunsten

van de collectiviteit, van de macht?

Zullen we deze pijnlijke vaststelling wel aandurven?

Hoeveel moed eist het?

Hoeveel eenzaamheid er door te dragen?

Om als sociaal onafhankelijk individu stand te houden?

En zal het uiteindelijk wel de moeite waard zijn?

Waren we uiteindelijk niet beter gebleven wat we, onder druk van de

gemeenschap,waren geworden?

Tja,

zal dat niet afhangen

van onze verlangens, van onze levenseisen

van wat we zoeken?

Hoeveel individu we wensen te zijn?

Hoeveel verantwoordelijkheid wensen we voor onszelf te dragen?

Hoeveel maatschappij willen in onszelf voelen?

“jezelf zijn”, “jezelf blijven” het klinkt zo mooi,.

Maar zijn we wel bereid de prijs te betalen?

Zijn we bereid om tegen het massagevoel in te gaan,

Zijn we er sterk genoeg voor?

Willen we wel zo sterk zijn?

Willen we wel zo mooi zijn?

Willen we wel zo eenzaam zijn?

Willen we wel zo kritisch met de anderen, maar vooral met onszelf zijn?

Wat heb ik te bieden

aan het leven

aan de maatschappij

aan mezelf

zonder mezelf te verbleken, te verliezen?

Durf ik de confrontatie wel aan

in die zoektocht naar mezelf.

Durf ik wel mezelf zijn?

Is het niet veel eenvoudiger te volgen, me te onderwerpen?

Schaamte overvalt me nu

bij dit verwerpelijk idee.

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

Ze zaten samen aan tafel (Jos Brink)

 

 

 

Ze zaten samen aan tafel, wat verlaten.

Terwijl de ketel op de kachel rustig ruiste.

Een kleine man, met grote moegewerkte vuisten,

Een kleine grijze vrouw, in veel te grauw katoen…

Ze zaten zomaar aan tafel wat te praten:

Je zou niet zeggen dat het nou de eerste mei is…

De eerste mei, zomaar een dag die nou voorbij is.

Zomaar voorbij, omdat ze daar niets meer aan doen.

 

Ze spraken samen over toen en lang geleden.

Toen deze dag de Dag van de Arbeid en van feest was.

Hij wist nog: Troelstra die op zijn fabriek geweest was,

Zij wist nog: één keer in de week, op zondag, vlees…

De ketel zong het zachte wijsje van tevreden,

Omdat de scherpste kanten waren gladgeslepen:

Twee ouwe mensen, die hun ideaal begrepen

Want aan hun tafel zaten Troelstra, Vorrinck, Drees…

 

Twee mensen die van deze tijd niet zoveel snappen,

En die zich niet met ultra-dit of –dat bemoeien.

Die zeggen: ‘Ach die jeugd, ze willen wel het goeie,

Maar al die schreeuwers sterven straks  hun eigen dood…’

Twee ouwe mensen, de zich niet meer laten trappen

Omdat ze heel hun leven naar een waarheid zochten,

Een eigen waarheid die zijzelf hebben bevochten:

Hun ouderwetse en misschien wat fletse rood…

 

Ze zaten samen daar de eerste mei te vieren.

Ze dachten samen aan de eerste mei van vroeger:

Een kleine grijze vrouw, een kleine harde zwoeger,

En op de kachel ruist dezelfde ketel door.

Maar in hun ogen staan de vaandels en banieren

Die met hun schittering de jaren achterhalen.

Ze zingen samen zacht de Internationale

Ze zeggen samen zacht: ‘Waar deden we het voor …’

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

ARMOEDE( Geert van Istendael)

 Armoede, jij was grauw.

Gehaat door lege maag, met blote handen,

blauw geverfd in kou, geweerd.

Vergeefs. Jij kwam.

Jij trok naar alle landen,

alle hutten sloop jij binnen.

Taai. Gestaag.

En bleef. Jij woonde. Hoonde.

Leegde de schapraaien,

doofde ovens, holde kinderogen uit.

De mensen vraten grond.

Want in hun huid stond zwart

je wapenspreuk gebrand :

Gij zult slechts stenen zaaien.

 

Wij hebben je verjaagd.

Voorgoed. Zo dachten wij.

Maar nee, daar sta je weer.

Je lacht en lonkt, omhangen

met glitter op krediet, je bek vol rijstebrij,

je billen al te vet, een waggelend banket,

je boert en hikt : “Ik! Ik!”

Je vleit ons, wilt ons vangen

en wurgen. Jáág haar wég!

Het is de hoogte tijd.

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mark Eyskens

 

 

Er ligt een klein land op sterven.

Het ijlt en heeft veel pijn.

Twee volkjes zullen erven.

Ik zal niet op de begrafenis zijn.

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anton Van Wilderode

 

 

Gij zult niet eenzaam zijn.

De bloemen en de kruiden

werden maar even in hun bloei gestuit

en elke lente loopt de wingerd uit

wanneer de jonge wind keert van het zuiden

Gij zult niet eenzaam zijn,

de nachtegaal zal fluiten

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag

 

Zondag had ik me voorgesteld
in de hangmat door te brengen
tussen de stevige stammen van de bomen
dicht boven de aarde
en van de hemel ver genoeg verwijderd
om me een mens op zijn plaats te voelen.

Maar het regende.
 

© Remco Campert
Uit: Bij hoog en bij laag
Amsterdam: De Bezige Bij 1959

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

Sterven (Hugo Claus)

 

 

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

DE MOEDER – Hugo Claus

Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.
Toen gij schreeuwde en uw vel beefde
Vatten mijn beenderen vuur.
 
(Mijn moeder, gevangen in haar vel,  
Verandert naar de maat der jaren.
 
Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift
Der jaren door mij aan te zien en mij
Haar blijde zoon te noemen.
 
Zij was geen stenen bed, geen dierenkoorts,  
Haar gewrichten waren jonge katten,
 
Maar onvergeeflijk blijft mijn huid voor haar  
En onbeweeglijk zijn de krekels in mijn stem.
 
'Je bent mij ontgroeid,' zegt zij traag mijn
Vaders voeten wassend, en zij zwijgt
als een vrouw zonder mond.)
 
 
Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur
Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,
Ik was de genode maar de dodende gast.
 
En nu, later, mannelijk word ik u vreemd.  
Gij ziet mij naar u komen, gij denkt: 'Hij is  
De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt
De honden in mij wakker.'
 
Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij
Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.
In mij vergaat uw leven wentelend, gij keert  
Niet naar mij terug. van u herstel ik niet.

 

 

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Politiek

Politiek is handjes drukken,
dreigen, sjoemelen en bukken,
katten uit de bomen kijken,
overreden, over-lijken,
schipperen of schaakmat zetten,
lange speeches, korte metten,
witte voetjes, pan uit vegen,
passen, meten, wikken, wegen,
lachjes, dansjes, Judas-kusjes,
loeren draaien, dooie musjes,
veel beloven, vleien, paaien,
de kunst om om iets heen te draaien,
d'r is geen liefde, regelrecht,
en daar is alles mee gezegd.

 Toon Hermans

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nakende lente  (Jana Beranova)

In mijn droom is het winter.
Ik buig voor de tederheid
van naakte bomen.

Men zegt dat de bladeren
- voor ze die verloren -
in vele talen spraken.

Men hoorde ze fluisteren:
I am a tree, don't talk,
just love me.
*)

Het belooft een nieuwe lente,
als we naar elkaar toegroeien
in alle talen, alle daden.
 


 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

Kunst (Martin Bril)

 

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bart Moeyaert (ex Antwerps stadsdichter)


Ik was bezoek dat langer bleef en anders sprak,
maar ik misstond niet in de kamer. Een beetje
als een schemerlamp die op den duur de sleutel kreeg.
Ik deed niet ongezellig, en in mijn buurt was het
aan tafel minder leeg. Maar nog liet niemand na
mij af en toe te wijzen op mijn tong, mijn grond.
Dan noemden ze mij onverwacht weer anderman
en zonden mij naar huis, terwijl ik juist begon
te wennen aan de lucht en onderhand ook dacht
dat ik een hart veroverd had. Maar niets was
minder waar dan dat. Op tijd en stond werd
naar mijn stoel gekeken, gepolst of ik al wortel
schoot. Ik hield mijn mond en vond het krassen
van de meeuwen geen goed teken. Hoe kwam
het dat ik binnen zat en tegelijk nog buiten stond.

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PSYCHE – Gunnar Callebaut

 

Psyche, muze van de argeloosheid

symbool van de weergaloosheid

door de schapenkudde benijd

veroordeeld voor jouw perfecte schoonheid

 

Psyche, offer voor de bloedhonden

geheel besmeurd door mensenslijk

roddelspijs voor idiote monden

gebrandmerkt door het ongelijk

 

Psyche, vernederd als een meid

beklad door mediocriteit

verstoten door het blinde geweld

voor eeuwig door doodsangst gekweld

 

Psyche, al word je door hen beticht

is de domheid tegen jou gericht

en word je door hen brutaal verdreven

toch blijf je boven allen verheven

 

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Flanders Fields (John McCrae)

 

In Flanders Fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scare heard amid the guns below

We are Dead.  Short days ago
We lived, felt dawn, so sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders Fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from faling hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies
grow
In Flanders Fields.

 

 

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als de zon wegzakt…..


Als de zon wegzakt in het Westen
Dieper in een bewolkte hemel
Settelt duisternis zich in mijn hart
Uit angst voor de dood

Alles is muisstil
Alles is donker en bedreigend
De straten zijn verlaten
De mist overheerst de omliggende weiden
De dauw verfrist alles

Er waait een strakke, ijzige, noordelijke wind
De vorst treedt op als een grote tovenaar
Alles kraakt onder een lange wit kleed
Elke wijzer op aarde staat stil
Uit angst voor de ijzige vorst

Dan reis ik in gedachten
Op zoek naar vrolijke herinneringen
Daaruit pluk ik je glimlach
Ter herinnering aan onze verliefdheid

De wolken worden uiteengewaaid
Door een meedogenloze saaie wind
De hemel klaart uit
Laat dansende sterren te voorschijn komen

Plotseling heerst een witte nacht
Uitgekleed door een schoonheidsspecialist
De maan
Nodigt nieuwsgierige wandelaars uit

Dit brengt mee naar mijn lange wandelingen
Langs een leeg strand
Op zoek naar verborgen geheimen
Rust en voldoening

Wanneer de maan op zoek gaat naar haar minnaars
Wanneer de zon te voorschijn komt in het Oosten
Brengt ze mee de geur van het zuiden
Geur van zand, warmte en olijfbomen

Wordt mijn  lichaam overgoten met warme stralen
Krijg ik kippenvel
Rek ik me lang
Om mijn lichaam te ontlasten
Van overblijfsels van een lange winter

Pas dan besef ik heel goed,
Dat wanneer er geen Oosten,
Noch Westen meer is
Het leven ook geen reden te bestaan heeft


Ter nagedachtenis van mijn dierbaarste broer Belgacen en mijn beste vriend Jean-Paul

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

Chrisje – Gerard Cox

Ik denk niet dat 't ooit nog overgaat
Want anders was ik je allang vergeten
Wat 'r ook verder te gebeuren staat
Ik zal wel altijd van je blijven weten
En aan je moeten denken nu en dan
Alleen om m'n geheugen op te frissen
En zeker weten dat 't pijn doen kan
Chrisje, ik zal je altijd blijven missen

Natuurlijk stelde 't maar weinig voor
Zelfs wonderen moeten met de jaren rijpen
Maar wie heeft als 'ie achttien is dat door
Ik was te jong om zoiets te begrijpen
M'n enige, m'n eerste grote vangst
Hoewel ik nog maar nauwelijks kon vissen
Je hebt me afgeholpen van m'n angst
Chrisje, ik zal je altijd blijven missen

M'n enige, m'n eerste grote vangst
Hoewel ik nog maar nauwelijks kon vissen
Je hebt me afgeholpen van m'n angst
Chrisje, ik zal je altijd blijven missen

De jaren maakten mettertijd verschil
Ik heb m'n leven denk ik wel op orde
De vrouw waarmee ik best graag leven wil
En de dingen die ik toen nog wilde worden
Maar desondanks blijft alles relatief
Omdat ik nooit jouw spoor meer uit kan wissen
Ik was pas achttien en ik vond je lief
Chrisje, ik zal je altijd blijven missen

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Armoede  (Jannie Hoogendam)


Ze sloft, met gaten in haar sloffen.
De rok te lang voor korte jas.
Armoede op gezicht geschreven.
Gegeven kleding komt goed van pas.
Haar sliertige halflange haren.
Heeft nog nooit een schaar gezien.
Met een bot gesleten schaartje.
Knipt ze het -geloof ik- zelf misschien.
De plastic tas hangt aan haar armen.
In de ene hand een oude stok.
Ik vraag me af wie naar haar omkijkt.
Voor haar luid ik de armenklok...
Zeg me niet er is geen armoe.
Hier in dit welvarend land.
Vraag me af, weet de regering
eigenlijk wel.
Hoe het gesteld is in Nederland

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GEWETENSVRAAG - Driek Van Wissen

Het maakt mij achteraf niet uit, o Heer,
Of U de mensen rechtstreeks hebt geschapen
Of anders indirect via de apen
Volgens de ware evolutieleer,

Maar was het Schepperswerk dat u ooit deed
Wel netjes naar de normen aanbesteed?


Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Christine (Will Ferdy)


Ik heb je weer ontmoet, Christine
Na al die lange dagen
Maar deed het ons wel goed, Christine
Dat wij ons weder zagen

We hebben niets gezegd, Christine
Alleen wat dwaze woorden
Gezocht en onoprecht, Christine
Die er niet bij behoorden

Ik heb je niet herkend, ging dan je fierheid wijken
Je dierf me zelfs niet één moment in het gelaat te kijken
Waar is dat licht nu heen dat eens je blik deed leven
En waarom kan je mond alleen van bitterheid nog beven

Je hebt me niet gemist, Christine
Heb je me voorgelogen
Maar daar ik beter wist, Christine
Heeft mij dat niet bewogen

Ook jij denkt aan die tijd, Christine
Dat wij elkander zochten
Die wondermooie tijd, Christine
Die wij eens kennen mochten

Maar jij hebt steeds verwacht dat ik voor jou zou leven
En daarbij heb je nooit gedacht iets van jezelf te geven
Ik weet je voelt nu spijt en angst is je aan 't kwellen
Omdat je in je eenzaamheid het zonder mij moet stellen

Wij hadden geen geluk, Christine
Want onze liefdesbanden
Ze sprongen schrijnend stuk, Christine
We staan met lege handen

Maar nu is het te laat, Christine
Ik kan niet herbeginnen
Denk niet dat ik je haat, Christine
Maar 'k ben te leeg vanbinnen

Vaarwel, Christine
Vaarwel, Christine
Vaarwel, Christine

 

Terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De raaf en de vos  (Ed Kooyman)

in het grote dierenbos daar zat de raaf Sebastiaan
op een tak te mediteren in het schijnsel van de maan
en geklemd in zijn snavel een groot stuk boerenbrood
dat hij wou gaan presenteren aan zijn vrouwke en zijn kroost
maar een honderd meter verder was er in dezelfde streek
een sluwe vos aan 't wandelen langs het kronkelpad der beek
die kwam voorbij de boom waar Sebastiaan in zat
en vond dat hij voor dat boerenbrood ook wel goesting had

beste vriend Sebastiaan, zo sprak de vos in. dierentaal
ik heb gehoord dat gij kunt zingen gelijk een. nachtegaal
doe voor mij ook eens een airke van Mozart of een van Bach,
ik geloof dat 'k u verleden week nog op de televisie zag
Sebastiaan die dacht: met heel het bos hé vriend, maar niet met mij
van uw truukjes heb ik nog al gehoord, en van uw dieverij,
'k heb die fabel ook gelezen en mijn les er uit geleerd,
als ge denkt dat 'k mij laat vangen, maat, dan denkt gij verkeerd

toen de vos wel had geraden dat zijn list het niet meer deed
dacht hij: 'k moet iets anders vinden want dat brood moet naar beneden,
en hij zei: meneer de raaf, ik heb ook slechter nieuws voor u:
uw baas van op het werk is gaan slapen met uw vrouw.
'k zal hem vinden die bandiet, zo riep de raaf uit alle macht
maar zijn broodje viel omlaag volgens de wet der zwaartekracht;
ga nu maar terug naar de bakker met mijn groeten, zei de vos,
en verdween met zijn boerenbrood al zingend in het bos

de moraal van deze historie is een les voor alleman:
als uw vrouw met uw baas gaat slapen en ge weet er van
zou j'er beter niets van zeggen en zwijgen als de dood
want als g'uw mondje open doet dan verliest g'uw brood

 

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

En wat dan?

(Jotie 'T Hooft)



Op een dag zal ik weg zijn en
Wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.

Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
"Het was waar" zult gij zeggen "hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen". zo bleek zal
ik zijn.

In u....

En wat dan?

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gedichtje op rouwprentje Marc Galle

 

 

nenia

onherenigbaar

in elkaar versteend

 

tweezaam

slijtend in nhet harden

van gemin

 

weg-

gebeiteld van gehunker

naar gedrongenheid

ineen

 

gegraveerd

ontberen tussen wildgroei

in verweren

haveloos

 

Roland Jooris

 

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Beker met een tuitje (Ruurd van der Weij)



Ze sprak al bijna onhoorbaar,
in haar blik ontbrak de horizon,
maar ze zat nog in haar stoel, daar
bij het raam of op het balkon.

Wij konden nog samen theedrinken,
het kopje bevend in haar hand,
maar ze hield zich groot en flink en
de thee ging net niet over de rand.

Veel later besefte ik pas
hoe belangrijk ons thee-uitje
en het drinken uit een gewoon glas
in haar halve schemerwereld was,
voor de gevreesde beker met een tuitje.

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wannes van de Velde - "Kerstmis is dien dag dat ze niet schieten"
 

 

 

’t Was wer zo vêr et was wer Kerstmis,
de kalkoene ware dood,
in ieder dorp in de Vlaanders was et feest.
D’r wier gezoenge en gezope,
on jenevel gene nood,
veur de vader veur de zeun en veur de geest.

Mor oep de slag van twelf ure,
wier ‘r ook is aan gedocht,
wa da dees feestje in de grond zoal beduidt.
’t Was gemakkelijk te wete,
want et stoeng (stond) in de gazet,
eel de wereld kwam er openlijk voor uit…

Kerstmis is dien dag da ze ni schiete,
dat er geen boemme uit de loecht worre gestrooid,
da mitrailleuze hun verdiende rust geniete,
en de kanonne me ‘ne kerstboom zèn getooid.

Et is e feest van d’ ouw germane,
ter ere van de zon,
zo vertellen ons de boeke zwart oep wit.
De Roomse kêrk leeg et anders uit,
die zeed ons da et begon
mè e stalleke in ’t Palestijns gebied.

Mor da zèn ouw interpretases,
van dees feest van goeie wil,
want onzen tijd dieje sta voor alles militair. 
En de stilte van de nacht
dien ook wel heilig wordt genoemd,
wordt geleverd deur de killers van la guerre…

Kerstmis is dien dag da ze ni schiete,
dat er geen boemme uit de loecht worre gestrooid,
da mitrailleuze hun verdiende rust geniete,
en de kanonne me ‘ne kerstboom zèn getooid.

Spreekt me ni meer van de drij keuninge,
dad is den ouwen trant,
de drij commando’s das veul meer in onze geest…
Mor de soldate van Herodes,
ja die vind ek wel plezant,
da zijn eiglijk de groot’ helden op dees feest.
Mor houdt die herderkes erbuite,
want die zèn ni bà den troep,
die kenne zeker nog geen mijn uit een granaat.
En de moeder van et kindeke
zucht in ’t midde van dien hoop:
m’ne zeun wordt over twintig jaar soldaat…

Kerstmis is dien dag da ze ni schiete,
dat er geen boemme uit de loecht worre gestrooid,
da mitrailleuze hun verdiende rust geniete,
en de kanonne me ‘ne kerstboom zèn getooid.
En de kanonne me ‘ne kerstboom zèn getooid

 

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dapper (Bart Moeyaert)

March 29th, 2006

Meer nog dan een ochtendzoen
heb ik ’s morgens moed vandoen.
Wakker worden is geen kunst.
Dat gaat.
Van kwaad is beddengoed
zich niet bewust
en koude slaapt niet graag
onder een deken.
Het is de mat die
met de wereld vergeleken
veel te klein is als begin,
en zelfs, met mij er middenin,
een beetje knelt.
Ik aarzel lang, rechtop in bed,
bedenk dat net als ja of het
het woordje bang
vaak in mijn dagboek staat,
maar dapper is mijn broer
en zelf ben ik een held.
Dat helpt.

Opstaan is de kunst.
Meer dan een paar ochtendzoenen
heb ik nood aan stoute schoenen.

 

 

 

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

VREDE - Lenaert Nijgh

 

Een doodgewone dag, ik zag de mensen

als mussen zitten op een warm terras,

onrustig en vol onvervulde wensen,

zou niemand weten dat het vrede was?

 

Oorlog is een film in verre landen,

of iets waar opa over zeurt.

De wereld is gewapend tot de tanden

en wacht totdat er eindelijk iets gebeurt.

 

Vrede wordt door niemand nieuws gevonden,

gewoon onzichtbaar, zoals vensterglas,

en niet voordat de scherven ons verwonden,

zullen wij weten dat het vrede was.

 

Vandaag weer niets gebeurd, ik zie de mensen

als mussen zitten op een warm terras,

onrustig en vol onvervulde wensen,

zou niemand weten dat het vrede was?

 

 

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een naamloos kind

 

Een naamloos kind is ingeslapen op een bed van stof.
Zijn wang is aangevreten door de aarde.
De doorzichtige frêle vingers wijzen naar de zee.

Hij speelde dat hij een schip was en lanceerde torpedo’s van papier en voor zijn plezier in een lege hemel.
Hij hield van school en van ramen.

Over tien jaar zal ik een baard hebben en zal ik kapitein zijn
Over vijf jaar zal ik schoenen hebben en een wollen pak
Over vijf jaar zal ik niet meer de zee tekenen op het golfijzer van onze kamer
Mijn vader zal meer dan een paard hebben
En mijn moeder zal koningin zijn
Mijn kleine zusje zal een eiland hebben met kersen en een diadeem

Wanneer ik geleerd zal hebben van geschiedenis, wetenschap en van schepen zal ik vertrekken over het water in een zijden hemd op een bed van kleur.



Tahar Ben Jelloun
 

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Als liefde zoveel jaar kan duren
 

Als liefde zoveel jaar kan duren
Dan moet het echt wel liefde zijn
Ondanks de vele kille uren
De domme fouten en de pijn
Heel deze kamer om ons heen
Waar ons bed steeds heeft gestaan
Draagt sporen van een fel verleden
Die wilde hartstocht lijkt nu heen
Die zoete razernij vergaan
De wapens waar we toen mee streden

refr.:
    Ik hou van jou
    Met heel mijn hart en ziel 
    Hou ik van jou
    Langs zon en maan 
    Tot aan het ochtendblauw
    Ik hou nog steeds van jou

Jij kent nu al mijn slimme streken
Ik ken allang jouw heksenspel
Ik hoef niet meer om jou te smeken
Jij kent mijn zwakke plaatsen wel
Soms liet ik jou te lang alleen
Misschien was wat je deed verkeerd
Maar ik had ook wel eens vriendinnen
We waren jong en niet van steen
En zo hebben we dan toch geleerd
Je kunt altijd opnieuw beginnen

refr.

We hebben zoveel jaar gestreden
Tegen elkaar en met elkaar
Maar rustig leven en tevreden
Is voor de liefde een gevaar
Jij huilt allang niet meer zo snel
Ik laat me niet zo vlug meer gaan
We houden onze woorden binnen
Maar al beheersen we het spel
Een ding blijft toch altijd bestaan
De zoete oorlog van het minnen

refr.

Tekst en muziek: Jacques Brel/Lennaert Nijgh
 

Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlaanderen van mijn hart !

 

 

Oh rijk Vlaanderen

Mijn charmante Vlaanderen

Gastvrij Vlaanderen

Mijn onverdraagzame rijken

 

Oh Vlaanderen van mijn hart

Vlaanderen, mijn minnares

Vlaanderen, ik hou van jou

Vlaanderen, mijn vijand

Daarom haat ik je

 

Oh Vlaanderen, je houdt me gevangen

In mijn ideeën en in mijn doen

 

Oh Vlaanderen, je hebt mij groot gemaakt

Vlaanderen, je hebt me zo klein gekregen

 

Oh Vlaanderen, wees voorzichtig

Wanneer je over je eigen voeten struikelt

Dan zal ik je niet sparen

En met mijn scherpe tong

Zal ik je raken

 

Dan zul je beginnen huilen

Maar huilen is een teken van lafheid

Met lafheid heb je de werkelijkheid gecamoufleerd

Dit is geen teken van wijsheid

 

Oh Vlaanderen, ik zal je nooit meer sparen

En je zult me ver van jou jagen

En dan zal ik nooit meer jouw minnaar zijn

 

Oh Vlaanderen van Priester Daens

Die grote wijze man

Voerde een bittere strijd

Tegen de boosaardige mannen van die tijd

En heeft velen uit de klauwen van onrechtvaardigheid

bevrijd

 

Vlaanderen van grote Herman

Die goede bundels kon schrijven

En zijn volk gedichten leerde lezen

 

Vlaanderen van Boon

Vader van Ondinneke en de Kappellekenbaan

Oh Vlaanderen, je bent groot geworden

Toch staat vandaag een bende klaar

Om alleen met kwakkelend gebaar

je te brengen in het grootste gevaar

 

Oh Vlaanderen van mijn hart

Mijn rijke Vlaanderen

Mijn arme Vlaanderen

Ik smeek je om wakker te worden

 

 

Youssef

Uit de nog uit te geven bundel “De geur van de olijfboom

 

 

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

Jan De Lichte – Hugo Claus

 

Nu, op de markt, zoals in elke omgeving

vreemd verlegen, met een vaag verlangen naar tieten

nu ook met buikloop van de rauwe bieten

blijft mijn historisch kreng

in zijn flarden vel en vet nog even overend

en zegt u zijn gebed:

 

Here Jezus, levend water zoudt gij mij schenken.

Weet ge’t nog? Volgens uw oud verhaal?

Wel, waar is dat mirakelwater gebleven?

Schurft en honger waren mijn leven.

Ik at uit een trog. Want wil bedenken,

Jezus, gij had tenminste nog een avondmaal

met brood en rode wijn,

zoals het moet zijn.

 

Here Jezus, het schijnt dat ge in de hemel zijt

samen met de engelen en de profeten.

Dat ge uwen Hemel hebt verdiend,

dat wil ik best geloven, beste vriend.

Maar waarom nooit in mijn kindertijd

een roggebroodje naar beneên gesmeten

of een kilootje patatten?

Ge zorgde beter voor de ratten.

 

Here Jezus, Gij die God zijt zogezeid,

bezie mij, geschonden, rot, kapot.

De beul op de markt van Aalst staat gereed

En ’t is water en bloed dat ik zweet.

Wel, Jezus, maar, ’t is nu mijnen tijd.

Luister daarom naar mijn enige gebod:

 

‘In uw rijk van het hemels slijk

Kunt gij mijn versplinterde botten kussen.

Het lijk van mijn ziel

Lever ik liever aan de mussen.’

 

 Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

Mén ienig 0iljst - Odilon Mortier

 

 

Door es op giel de wereld mor ien stad

Woordazze van eer oigen tool zeggen “ ’t és plat”

Mor ‘t woerd Ajoin kaan nimmand immiteiren

Ge moetj indj oeir’n as vremde da probeiren.

Al maokemen onderien riezj’ of krakiel

As ‘t er op oonkomt trekkemen on ‘t zelste zjiel,

En doorveir jonges bènnek grosj en fier,

En peizek in mèn oigen attèd kier op kier

 

Refrein :

 

Ach lieve god, bedankt ‘k ben van ‘t goe ras

Lotj mè toch bleiven wat da’k ben en wat da’k was

Als oilsjteneer, zoei bènnekik geboeren

Azzek dor weg ben ten loeipek verloeren

Ach lieve god, ik ben eu stiksken van die stad

Woar dazze spreiken van een minne en een zjat,

En op den vrémden, hoe schoein da’t oeik mag zèn

Voelek mè bloi omda’k nen echten Oilsjt’neer ben.

 

Och, g’etj Parois, zen briggen en closjaars,

Of Amsterdam mé zèn grèchten en boelvaars

Mor waddés da ba moin stad vergeleiken

Woor dazz’eu giel joor oever vastelauved spreiken

Zé, mensje lief, doorveir geivek giel mèn hèrt

Vé die zotte streiken binsjt die daugen op de mèrt

En oeik al émmen nooderhand ambras in hoois

Nen écht’n ajooin dat és en bleift een loois.

 

Jonges en maskes bemintj ons ienig Oilsjt

Lotj ze mor zeggen, al zjievere’ z’ om ter voilsjt.

Ze zéll’n d’ajooinen noeit ni kennen temmen

mé onze foine spot, die z’op een ander ni en emmen

Och mensje lief, ik en vin gien zjuste zinnen

Ver te vertellen van dènne kriwwel hier van binnen

En komt den dag van menne lésten oeigenblik,

‘k waa da’k den toid kreig ve te zeggen mé ne snik

 

Ach lieve God, bedankt ik was van ’t goe ras

‘k waa da’k mocht bleiven wat da’k bèn en wa da’k was

enz

 

 

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

EEN RODE SJAAL

 

In mei

 

kocht ik een sjaal, een rode

omdat rood toch steeds terugkeert.

 

Liep toen door, eerst links,

dan weer links, en kwam uit

 

op een binnenplaats bij een bank

aan een bakstenen muur

 

waar een viool de ruimte vulde

een viool van wijn en waakzaam vuur.

 

Hier wou ik blijven, levenslang

en deed hem om, omdat rood

 

toch hartverwarmend is en paste

bij de bank, de muur en de vogel

 

die daar neer kwam strijken,

waardig, helemaal niet bang.

 

 

Ivo Van Strijtem

Terug naar boven…

 

 

 

 

DIEN AVOND EN DIE ROZE - Guido Gezelle

'k Heb menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enklen stond verdroten.
'k Heb menig menig blom voor u
gelezen en geschonken,
en, lijk een bie, met u, met u,
er honing uit gedronken;
maar nooit een uur zo lief met u,
zo lang zij duren koste,
maar nooit een uur zo droef om u,
wanneer ik scheiden moste,
als het uur wanneer ik dicht bij u,
dien avond, neergezeten,
u spreken hoorde en sprak tot u
wat onze zielen weten.
Noch nooit een blom zo schoon, van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die dien avond blonk op u,
en mocht de mijne wezen !
Ofschoon, zo wel voor mij als u,
-wie zal dit kwaad genezen ?-
een uur bij mij, een uur bij u,
niet lang een uur mag wezen;
ofschoon voor mij, ofschoon voor u,
zo lief en uitgelezen,
die roze, al was 't een roos van u,
niet lang een roos mocht wezen,
toch lang bewaart, dit zeg ik u,
't en ware ik 't al verloze,
mijn hert drie dierbre beelden: U,
DIEN AVOND EN DIE ROZE !

Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

 

     (Hans Andreus)

 

Jij bent zo

mooi

anders

dan ik

 

natuurlijk

niet meer of

minder

maar

 

zo mooi

anders

 

ik zou je

nooit

 

anders dan

anders willen

 

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

 

JE KUNT NIET ZONDER ANDEREN

 

Als je soms denkt aan de pijn en het leed die jou vrienden jou deden
Die gisteren nog zegden alles voor je te doen
Of je denkt aan de woorden van haat die je dient te vergeten
Dan heb je geen zin, verder te doen

En dan krijg je de lust om terug in je schelp te kruipen
Om alleen te gaan leven en je voeten te vegen aan de rest
En dan zweer je voortaan voor niemand je wil nog te buigen
Je maakt je eigen wereld, je eigen nest

refr.:
    Maar denk niet ik ga mijn eigen gang
    Denk niet ik ga het veranderen
    Want alleen ben je te klein en te bang
    Je kunt niet zonder de anderen

Maar als je op straat even rondloopt en je kijkt naar al die koude
gezichten
Waarop je ziet wat de ene voor de ander overheeft
Of je luistert naar de wereld met haar moord en oorlogsberichten
Dan vraag je je af waarom je nu leeft

En dan krijg je de lust om je eigen eiland te kopen
Weg van de mensen en weg van hun hartloos gedoe
Om naar eigen maat je eigen pad op te lopen
Weg van je vrienden, want je bent het moe

refr.

Maar dan zie je misschien toevallig een paar fijne dingen
Twee mensen die elkaar zomaar een pleziertje doen
Of twee anderen die gewoon proberen elkaar te beminnen
En dan krijg je weer zin, verder te doen

En dan krijg je de lust om terug uit je hokje te kruipen
Omdat je alleen geen haat, maar ook geen vriendschap verkrijgt
En dan zweer je voortaan voor iedereen je wil te gaan buigen
Om de mensen te geven, wat je van hen niet krijgt

refr.

Tekst: Hetty Heyting, Muziek: Joop Stokkermans
 

Terug naar boven…

 

 


CIRKELS

Rond als de wijnvlek van eergisteren op het vuile tafelblad
Spelen gouden druppels zonlicht op het koude tegelpad
En de rimpels in de vijver, en het vangnet van een spin
Zijn allemaal maar cirkels zonder einde of begin
En de tijd verstrijkt de dagen met de wijzers van de klok
Die de uren traag vermalen, heel geruisloos, zonder schok
Er bestaat geen medicijn tegen oud of eenzaam zijn

's Avonds als je door je wimpers soms de zon ziet ondergaan
In een feest van gele vonken die in bloei lijken te staan
En de sterren op je netvlies trekken strepen in de lucht
Maar zodra de nacht weer nadert slaan je dromen op de vlucht
Door een klok met kromme wijzers die de tijd in stukken maalt
Ligt de zomer weer aan flarden want de klok heeft niet gefaald
Er bestaat geen medicijn tegen oud of eenzaam zijn

Tel de gladde kiezelstenen waarmee jij je zakken vult
Maar de mooiste ging verloren door je eigen stomme schuld
Toen je met haar langs het strand liep leek elke schelp een juweel
Maar nu zie je niets dan keien, groot en grijs en veel te veel
Hoor het gefluister in het ruisen van de rusteloze zee
Als je haar dan niet kon missen, waarom ging je dan niet mee
Bij het afscheid van de zomer zag je eindelijk gevaar
Toen elk blad de kleur kreeg van haar honinggele haar

De rimpels in de vijver, de webben van een spin
Zomaar cirkels in de ruimte, zonder einde of begin
In een eindeloos refrein
Er bestaat geen medicijn tegen oud of eenzaam zijn

Tekst: A.Bergman/M.Bergman, Nederlandse tekst: R.Chrispijn, Muziek: Michel Legrand

 

Terug naar boven…

 

 

 

VRAGEN VAN EEN LEZENDE ARBEIDER - Berthold Brecht

 

Wie bouwde het zevenpoortige Thebe?

In de boeken staan de namen van koningen.

Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept?

En het zo vaak verwoeste Babylon

Wie heeft het zoveel keer opgebouwd? In welke huizen

Van het goudglanzige Lima woonden de bouwvakkers?

Waarheen gingen op de avvond toen de Chinese muur af was

De metselaars? Het grote Rome

Staat vol triomfbogen. Wie richtte ze op? Over wie

Triomfeerden de Caesars? Had het veelbezongen Byzantium

Alleen paleizen voor zijn inwoners? Zelfs in het legendarische Atlantis

 

Schreeuwden in de nacht toen de zee het opslokte

De verzuipenden om hun slaven.

 

De jonge Alexander veroverde Indië.

Hij alleen?

Veasar versloeg de Galliërs.

Had hij op zijn minst niet een kok mee?

Philips van Spanje weende toen zijn vloot

Was vergaan. Weende aders niemand?

Frederik de Tweede zegevierde in de Zevenjarige Oorlog. Wie

Zegevierde behalve hij?

 

Elke bladzij een zege.

Wie kookte het zegemaal?

Om de tien jaar een groot man.

Wie betaalde de kosten?

 

Zoveel verhalen

Zoveel vragen.

Terug naar boven…

 

 

 

Jacob (Robert Long)

Die Jacob ging studeren voor pastoor
Daar deed 'ie alles voor, daar deed 'ie alles voor
Niet zo'n ouderwetse dorpspastoor
Nee, dat wou die niet, dat ging niet door
Nee, meer zo'n progressieve die aan demonstraties deed
En niet meer met zo'n boordje om maar lekker snel gekleed
Die dikwijls in de kroegen van 't jonge volkje kwam
"Te gek man" riep en "weet je wel" en ook een stickie nam
Tadaratataa jalalalalalaalalalalalalaaa laaa

Jacob was al dik een maand pastoor
En het ging prima hoor, en het ging prima hoor
Langzaam voerde Jaap z'n plannen door
Wat oude kleren en een theehuis in 't koor
En waren nog wel mensen die 'm vroegen of dat mocht
Die hij dan overtuigde wanneer hij ze thuis bezocht
En nog twee maanden later werd de mis wat meer ludiek
Omdat 'r toen een band optrad met rock 'n roll muziek
Tadaratataa jalalalalalaalalalalalalaaa laaa

Jacob was al dik een jaar pastoor
En Jacob ging maar door, en Jacob ging maar door
Achterin de kerk was een kantoor
Daar nam hij elke week z'n nieuwe acties door
De kerk zat vol al preekte 'ie al maandenlang niet meer
Hij draaide meestal films van Andy Warhol en zo meer
En op 't bord waar vroeger stond hoe laat de mis begon
Hing nu een prijslijst van de Nepal en de Rode Libanon
Tadaratataa jalalalalalaalalalalalalaaa laaa

Jacob was al haast twee jaar pastoor
Toen hij zijn baan verloor, toen hij z'n baan verloor
Want er viel een incidentje voor
Dat kon d'r volgens velen niet mee door
't Was tijdens de communie en de sfeer was ideaal
Maar achter in de kerk stond dit keer ook de kardinaal
Die plotseling naar voren vloog en Jaap de kerk uitsmeet
Omdat 'ie bij de hosties ook een schaal met dipsaus deed
Tadaratataa jalalalalalaalalalalalalaaa laaa

Jacob had een vreselijk verdriet
Want hij begreep 't niet, nee hij begreep 't niet
Totdat hij een brief kreeg van de paus
Die om 't recept vroeg van die Goddelijke saus
Jalalalalalaalalalalalalaaa
Jalalalalalaalalalalalalaaa
Jalalalalalaalalalalalalaaa
Jalalalalalaalalalalalalaaa
Jalalalalalaalalalalalalaaa

Terug naar boven…

 

 

Het leven was lijden

Toen ik bij jullie at en je vader gebood
Dat ik tijdens 't bidden m'n ogen sloot
Gaf ik toe, daar ik niet arrogant wilde lijken
Maar ik voelde hoe hij wel naar mij zat te kijken

En vanaf dat moment heb ik altijd geweten
Dat dat niet enkel gold voor 't gebed bij 't eten
Zodat ik toen die maaltijd meteen al betreurde
Hij beheerste je leven tot in 't absurde

En op zondag het bos in, dat mocht dan nog wel
Net als in de romances van 't weekblad Libelle
Maar als ik op zondag dan je hand wilde vatten
Nou dan keek je alsof ik je kuisheid wou jatten

refr.:
    Want 't leven was lijden, als je danste een heiden
    Als je lachte te luchtig, als je kustte ontuchtig
    Als je niet wilde werken of je ging niet ter kerke
    Als je lui in de zon lag, als je fietste op zondag
    Kortom alles was verkeerd, want dat had je geleerd

't Was verdomde moeilijk om jou te versieren
Want je zag haast geen kans om je teugels te vieren
Elke keer moest ik weer je complexen verdringen
Ja, ik mocht naar de kerk maar ik kon nooit eens zingen

Een keer sliep je met mij maar je was niet alleen
Want de satan of wie ook hing steeds om je heen
Als die er niet was was je vader d'r wel
Met een spreuk uit de bijbel van zonde en hel

refr.

Ja, ze hebben je leven wel grondig vergald
En je kans op wat liefde en vriendschap verknald
Wat men jou heeft geleerd is de angst om te leven
Om je borsten, je dijen, je hart echt te geven

Kom, ik stap maar eens op want ik ben overbodig
Heel veel sterkte voor later
Want dat heb je wel nodig

Terug naar boven…

 

 

 

Madammen met een bontjas (Urbanus)

Nee, ik hou niet van madammen met 'nen bontjas
Madammen met een bontjas zijn gemeen
'k Moet niets hebben van madammen met 'nen bontjas
Tegen madammen met 'nen bontjas zeg ik neen

Ik denk dat ik het jullie nu wel kan vertellen
'k Ga een zaak beginnen in madammenvellen
'k Ga ze vangen op de Avenue Louise
Op banketten, paardenrennen en deftige recepties
In de Saturday Night Fever pub
Bij de Rotary en de Lionsclub
Met mijn grote muizeval en mijn flesje vol vergif
Vang ik er zoveel ik er maar wif

refr.:
    Want, ik hou niet van madammen met 'nen bontjas
    Madammen met een bontjas zijn gemeen
    'k Moet niets hebben van madammen met 'nen bontjas
    Tegen madammen met 'nen bontjas zeg ik neen

Hunne rug en hunne buik, die naai ik aan elkaar
Daarvan maak ik een luchtmatras of een vliegende sigaar
Van hun tenen maak ik champagneflessenstopsels
En een sterk insecticide van het vel onder hun oksels
Van hun tepels maak ik pleistertjes om fietsbanden te plakken
En de wallen onder hun ogen worden blauwe vuilniszakken
En hun venusheuvels raak ik ook wel kwijt
Daarvan maak ik een heel groot smirna tapijt

refr.

Van hun neus maak ik een stopcontact of een arbiterfluitje
Van hun lippen elastiekjes om geleipotten te sluiten
En zo maak ik van alles, in echt madammenleer
Mijn winkeltje zal draaien, mijn financies nog veel meer
En als ik eenmaal rijk ben, dan kan ik ze bestellen
Mijn twee heel dure mantels, in stekelvarkensvellen
Een voor meneer Urbanus en een voor zijn madam
Zo hebben we altijd plaats op de bus en op de tram

Terug naar boven…

 

 

 

 

De neus

Er is een reuze keuze neuzen
In de kleuren rood en paars
De kwaliteit laat minder keuze
Goede neuzen zijn zeer schaars
Platte neuzen, pimpelneuzen
Paars boegbeeld op een rokend schip
Een kleine keuze matineuzen
't aardbeitype, mop en wip

Zo ook de neus van de politie
Wonderbaarlijk apparaat
Even snuffen aan je fietsie
En hij ruikt hoe 't ermee staat
De remmen weigeren een pietsie
't voorlicht is maar tweede keus
Neem dus daarom de politie
Steeds met eerbied bij de neus

De neus, o erfdeel zo koen en schrander
Edel deel van het gezicht
Spreidt uw vleugels als geen ander
Op vooruitgang steeds gericht
De neus, men moet hem eens in 't jaar gedenken
Op een winderige dag
In 't najaar
Als men weer eens
Van een griepplaag spreken mag

Neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneuneus
Neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneuneus

De Gaulle, waar zou die stakker wezen
Als die parel hem ontbrak
Laat staan de politieke zaken
Waar hij steeds dat ding in stak
Denk aan Cyrano uitsluitend
Zeg mij, waarmee zitten wij
In een zakdoek krachtig snuitend
Op de allereerste rij

De neus, o spreidt uw zo nerveuze vleugels
Snuif en snotter onverveerd
O, neus, laat vieren alle teugels
Gelijk een briesend peerd

Neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneuneus
Neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneu neuneuneuneuneus
"Hatsjoe"

Tekst: H. Geelen. Muziek: C. Aznavour
 

Terug naar boven…

 

 

 

De weg is lang

De weg is lang, en kent ook eenzaamheid 
Maar mensen voer de strijd niet alleen
In deze tijd, die nog geen vrede kent 
En geen gelijkheid voor iedereen
Wie weet er dan niet dat kapitalisten
Nooit werkelijk zeggen waarom ze bestaan
Ze hebben de macht, die willen ze houden
Rechtvaardigheid kennen ze enkel als waan

refr.:
    Kom socialisten trek ten strijde
    Kom socialisten wees paraat
    Onze strijd is niet langer te vermijden
    Als je maar weet waar het steeds om gaat

Hij heeft gelijk, die het niet langer neemt
Maar mensen voer de strijd niet alleen
In deze tijd, die nog geen vrede kent 
En geen gelijkheid voor iedereen
Of laten we ons nog langer bedonderen
Met instant inspraak en praten in bed
Kom doe met ons mee, en doe het van onderen
We maken ons klaar voor het verzet

refr.

Er komt een strijd waarna er vrede zal zijn
Maar mensen voer de strijd niet alleen
In deze tijd die nog geen vrede kent
En geen gelijkheid voor iedereen
We hebben tesaam nog zoveel te leren
En wat ook gebeurt, het is politiek
We zullen de machten moeten bezweren
Het einde der klassen, het eind der paniek

refr.

tekst en muziek: Bots

Terug naar boven…

 

 

 

 

Nieuwstad 14 - Bart Moeyaert

Ik was bezoek dat langer bleef en anders sprak, maar ik misstond niet in de kamer.

Een beetje als een schemerlamp die op den duur de sleutel kreeg.
Ik deed niet ongezellig, en in mijn buurt was het aan tafel minder leeg.

Maar nog liet niemand na mij af en toe te wijzen op mijn tong, mijn grond.
Dan noemden ze mij onverwacht weer anderman en zonden mij naar huis,

terwijl ik juist begon te wennen aan de lucht en onderhand ook dacht dat ik een hart veroverd had.

Maar niets was minder waar dan dat.

Op tijd en stond werd naar mijn stoel gekeken, gepolst of ik al wortel schoot.

Ik hield mijn mond en vond het krassen van de meeuwen geen goed teken.

Hoe kwam het dat ik binnen zat en tegelijk nog buiten stond.
 

Terug naar boven…

 

 

 

Wir sehen eine Straße


 Sie führt von Land zu Land
 Im Herzen freue Lieder
 Die Fahne in der Hand
 Und uns zur Seite gehen
 Die viele Brüder mit
 Ist fremd doch unsere Sprache
 Ist gleich doch unserer Schritt
 Gleich tönen unsere Lieder
 Gleich tönt der Herzenschlag
 Wenn alle Menschen Brüder
 Wird uns ein schöner Tag

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

Op jouw tweede sterfverjaardag

  

Jouw echte verjaardag heb ik nooit gevierd,

Misschien omdat ik er nooit aan het gedacht heb,

Of omdat ik nooit door de dood werd bedreigd,

Misschien was ik ook te slordig,

Of omdat ik niet heb getracht,

Of simpelweg omdat ik nooit aan

een geboortedatum was verbonden,

 

81 jaar op aarde lopen,

lijkt mij lang,

Maar lang waren ze niet.

 

Op je sterfdag,

werd ik een bange man,

Ik huilde om jouw heengaan,

Omdat ik van jou niet genoeg heb genoten,

Omdat ik jouw niet genoeg

vertroeteld of geliefkoosd,

Omdat ik je altijd achter mij heb gelaten,

Alleen en verlaten,

 

Ik had niets tekort

Maar onder dwang van nieuwsgierigheid,

Naar iets anders

Heb ik je echt achter mij gelaten,

Andere dingen hebben

mijn hart meer bekoord,

Dromen, hollen, racen en

het verlangen naar meer

hebben me ingepalmd,

En heel ver in een diepe zee meegesleurd,

met gevaarlijke haaien en kolkende golven;

 

Wees gerust moeke,

Ik heb alles overleefd,

Omdat mijn wilskracht

Al die gevaren overtrof,

 

Toch heeft je sterfdag

me tot de redelijkheid terug gebracht,

En met verankerde voeten

op moeder aarde gezet,

Ik besefte die dag

dat roem en rijk geen rust en geluk scheppen

Alleen je warmte en je grenzeloze liefde

Gaven ons sterke en tederheid.

 

Vandaag ben je dagelijks in mijn ziel aanwezig,

Je gebaren en jouw blikken doorboren,

nog altijd mijn ledematen en gedachten,

Soms had je gelijk,

 soms was je totaal mis,

Toch putte ik vandaag,

uit jouw warmte en tederheid

mijn rust en troost.

 

Je permanente aanwezigheid

 in mij doet mij reizen,

naar ons verleden

naar onze gezellige nachten,

 

Ik zie je nog aan onze poort

Met ogen en ziel vol verlangen,

Naar mogelijke herenigingen,

Naar onverwachte ontmoetingen

Met jouw lievelingen,

Kinderen, kleinkinderen en familieleden,

 

Maar jouw wachten duurde altijd te lang,

En je werd heel bang,

Om te vertrekken onder dwang,

Zonder afscheid te nemen van iemand

 

Vandaag ben je voor altijd vertrokken,

Toch zul je in onze harten blijven hangen,

En herinneringen zullen mij altijd,

terugbrengen naar die tijd,

vooral naar dat deel dat ik heb gemist,

het intensief met jou te genieten,

Van goede dingen

 

Ommi, Moeke, make, moedertje, mam

Godin van liefde en schepping

Warmte en tederheid

Slaap lekker en lang,

Want je had vroeger er nooit genoeg ruimte ervoor,

 

Vandaag kom ik je bezoeken

Niet om je wakker te schudden

of bezorgd te maken,

Ik wil slechts je ziel aaien,

Ter herinnering aan die lekkere melk,

Als enige middel om mij groot te brengen

En aan al die mooie jaren en momenten.

Ik bid dag en nacht

Dat moeder aarde in haar knuffeldoedels,

Je lichaam mag liefkozen.

 

 

Veel liefs, 1919-2000

 

 

Brussel, 8 augustus 2002

 

Terug naar boven

 

 

 

 

Vandaag bij je graf, lieve paps (Louis Paul Boon)

vandaag bij je graf lieve paps

wou ik je zeggen hoe mooi

de meisjes worden en hoe kort

hun rokjes zijn en hoe dik

hun tieten worden

 

je zag dat zo graag lieve paps

je keek het aan met je goedige ogen

de rustige glimlach van de oude man

 

je sprak zo graag lieve paps

over een koppel ferme tieten en toeten

en je had ze ook graag nog eens

beetgenomen ouwe sloeber lieve paps

 

dat wou ik je zeggen bij je graf

hoe mooi ze deze zomer waren

hoe liefdevol ik keek met jouw ogen

naar hun rokjes zo kort

naar hun spannende spijkerbroeken

 

je mocht het niet aankijken

van mams ik weet het

je wendde de goedige blik af

je bruine zachte ogen

van een te brave hond

 

vandaag vertel ik het dan

met wat weemoedige glimlach

aan je graf

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

Erlkönig (Johann Wolfgang Goethe-

Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.

 

Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht? -
Siehst Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron und Schweif? -
Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif. –

 

»Du liebes Kind, komm, geh mit mir!
Gar schöne Spiele spiel ich mit dir;
Manch bunte Blumen sind an dem Strand,
Meine Mutter hat manch gülden Gewand.«

 

Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht? -
Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;
In dürren Blättern säuselt der Wind. –

 

»Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.«

 

Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort? -
Mein Sohn, mein Sohn, ich seh es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau. –

 

»Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch ich Gewalt.«
Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan! –

 

Dem Vater grauset's, er reitet geschwind,
Er hält in den Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Mühe und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

Vierde Wereldlied

 

Kom en zing met ons tezamen,

wij zijn meer en beter waard.

Wat wij steeds opnieuw herhalen,

’t is wat ons hier samen draagt.

Wij zijn geen onderdanen

en vragen hele dagen ons recht.

 

Wie ons rechten blijft afwijzen,

weigert onze waardigheid.

Ons altijd met de vinger wijzen

brengt ons tot opstandigheid.

Wij zijn geen onderdanen

en vragen hele dagen ons recht.

 

Wanneer zal de tijd opdagen

dat wij mensen mogen zijn,

en niet langer moeten vragen,

om erkend en vrij te zijn.

Wij zijn geen onderdanen

en vragen hele dagen ons recht.

 

Tekst : Karel Staes

 

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

Eens mijn geliefde (Louis Paul Boon)

 

eens mijn geliefde

eens zal alles eens zijn

nadat rome zo mooi brandde

hirosjima in puin stortte

de amerikaan voet zette op de maan

 

eens zal alles eens zijn

nadat de kikker verdween

uit sloot en plas

nadat de knikker van glas

uit de hand van mijn vriendje rolde

mijn vriendje dat heel oud geboren werd

en zeer vroeg gestorven is

aan hartinfarkt of longkanker

de handen aan het stuur

van een dure wagen

 

eens zal alles eens zijn

mijn geliefde

nadat de laatste boom

zich losmaakt van zijn laatste blad

nadat de aarde niet meer leefbaar is

voor ons in ons graf

niet meer witgekalkt en zo

 

eens zal alles eens zijn

lieve schat

de aarde een dode planeet

dat is alles wat ik weet

eens als alles eens zal zijn

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

Welterusten mijnheer de president (Lennaert Nijgh / Boudewijn de Groot)

Mijnheer de president, welterusten.
Slaap maar lekker in je mooie witte huis.
Denk maar niet te veel aan al die verre kusten
waar uw jongens zitten, eenzaam, ver van thuis.
Denk vooral niet aan die zesenveertig doden,
die vergissing laatst met dat bombardement.
En vergeet het vierde van die tien geboden
die u als goed christen zeker kent.

Denk maar niet aan al die jonge frontsoldaten
eenzaam stervend in de verre tropennacht.
Laat die weke pacifistenkliek maar praten,
mijnheer de president, slaap zacht.

Droom maar van de overwinning en de zege,
droom maar van uw mooie vredesideaal
dat nog nooit door bloedig moorden is verkregen,
droom maar dat het u wel lukken zal dit maal.
Denk maar niet aan al die mensen die verrekken,
hoeveel vrouwen, hoeveel kinderen zijn vermoord.
Droom maar dat u aan het langste eind zult trekken
en geloof van al die tegenstand geen woord.

Bajonetten met bloedige gevesten
houden ver van hier op uw bevel de wacht
voor de glorie en de eer van het vrije westen.
Mijnheer de president, slaap zacht.

Schrik maar niet te erg wanneer u in uw dromen
al die schuldeloze slachtoffers ziet staan
die daarginds bij het gevecht zijn omgekomen
en u vragen hoe lang dit nog zo moet gaan.
En u zult toch ook zo langzaamaan wel weten
dat er mensen zijn die ziek zijn van geweld,
die het bloed en de ellende niet vergeten
en voor wie nog steeds een mensenleven telt.

Droom maar niet te veel van al die dode mensen,
droom maar fijn van overwinning en van macht.
Denk maar niet aan al die vredeswensen.
Mijnheer de president, slaap zacht.

 

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

Papa (Stef Bos)

Ik heb dezelfde ogen
En ik krijg jouw trekken om mijn mond
Vroeger was ik driftig
Vroeger was jij driftig
Maar we hebben onze rust gevonden
En we zitten naast elkaar
En we zeggen niet zoveel
Voor alles wat jij doet
Heb ik hetzelfde ritueel
Papa, ik lijk steeds meer op jou

Ik heb dezelfde handen
En ik krijg jouw rimpels in mijn huid
Jij hebt jouw ideeën
Ik heb mijn ideeën
En we zwerven in gedachten
Maar we komen altijd thuis
De waarheid die je zocht
En die je nooit hebt gevonden
Ik zoek haar ook
En tevergeefs
Zolang ik leef
Want papa, ik lijk steeds meer op jou

Vroeger kon je streng zijn
En ik heb je soms gehaat
Maar jouw woorden
Ze liggen op mijn lippen
En ik praat nu
Zoals jij vroeger praatte
Ik heb een goddeloos geloof
Ik hou van elke vrouw
En misschien ben ik geworden
Wat jij helemaal niet wou
Maar papa, ik lijk steeds meer op jou

Jij gelooft in God
Dus jij gaat naar de hemel
En ik geloof in niks
Dus we komen elkaar na de dood
Na de dood nooit meer tegen
Maar papa, ik hou steeds meer van jou

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De raaf en de vos (Ed Kooyman)

in het grote dierenbos daar zat de raaf Sebastiaan
op een tak te mediteren in het schijnsel van de maan
en geklemd in zijn snavel een groot stuk boerenbrood
dat hij wou gaan presenteren aan zijn vrouwke en zijn kroost
maar een honderd meter verder was er in dezelfde streek
een sluwe vos aan 't wandelen langs het kronkelpad der beek
die kwam voorbij de boom waar Sebastiaan in zat
en vond dat hij voor dat boerenbrood ook wel goesting had

beste vriend Sebastiaan, zo sprak de vos in. dierentaal
ik heb gehoord dat gij kunt zingen gelijk een. nachtegaal
doe voor mij ook eens een airke van Mozart of een van Bach,
ik geloof dat 'k u verleden week nog op de televisie zag
Sebastiaan die dacht: met heel het bos hé vriend, maar niet met mij
van uw truukjes heb ik nog al gehoord, en van uw dieverij,
'k heb die fabel ook gelezen en mijn les er uit geleerd,
als ge denkt dat 'k mij laat vangen, maat, dan denkt gij verkeerd

toen de vos wel had geraden dat zijn list het niet meer deed
dacht hij: 'k moet iets anders vinden want dat brood moet naar beneden,
en hij zei: meneer de raaf, ik heb ook slechter nieuws voor u:
uw baas van op het werk is gaan slapen met uw vrouw.
'k zal hem vinden die bandiet, zo riep de raaf uit alle macht
maar zijn broodje viel omlaag volgens de wet der zwaartekracht;
ga nu maar terug naar de bakker met mijn groeten, zei de vos,
en verdween met zijn boerenbrood al zingend in het bos

de moraal van deze historie is een les voor alleman:
als uw vrouw met uw baas gaat slapen en ge weet er van
zou j'er beter niets van zeggen en zwijgen als de dood
want als g'uw mondje open doet dan verliest g'uw brood


Terug naar boven….
 

 

 

 

 

 

 

De steen (Bram Vermeulen)

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier hou je niet tegen.
Het water vindt er altijd een weg omheen.

Misschien eens gevuld van sneeuw en regen,
neemt de rivier mijn kiezel mee.
Om hem dan glad en rond gesleten,
te laten rusten in de luwte van de zee.

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,
ik leverde 't bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

 

 

 Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

 De eeuwige soldaat (Boudewijn de Groot, universal soldier : Donovan)


Hij is klein van stuk en hij is groot en fors
Zijn wapens zijn van staal en steen en hout
Hij is dertig jaar of meer
En hij is nog maar 17
Als soldaat is hj al eeuwen oud

Hij is een muselman, een hindoe een ateïst een jood
katholiek en joodgezind, gereformeerd
En al duizend jaar dood hij mij voor jou en jou voor mij
En toch weet hij heel goed, doden is verkeerd.

Hij vecht voor Groot-Britanië en voor Amerika
Hij vecht voor Portugal en Pakistan
En hij vecht ook voor de russen en hij denkt
door wel en denkt dat hij zo een eind aan oorlog kan maken

En hij vecht voor 't communisme en voor de monarchie
Hij zgt 't is voor de vrede van het land
Hij die uit te maken heeft wie er sterft en verder leeft
En toch ziet hij nooit een teken aan de wand.

Maar als hij er heen geweest was dan had
Ieper nnot toekomst hem had
Ceasar slechts alleen bestaan

Hij maakt van zich zelf een wapen dat
gebruikt wordt wordt in de strijd
En door hem zal al dat naar de verder gaan
Hij is de eeuwige solaat en hij is werkelijk
de schuld, zijn orders komen heus niet van zover
Hij krijgt ze hiervan door jou en mij
zijn leiders dat zijn wij
Zo maken we geen eind aan 't oorlogsleed.

 

 

 Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

MIJN VADERTJE

 

Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid.

Hij had den zwaren last op zich geladen,

een eerlijk man te zijn

in woord en daad.

Dat is het schoone, dwaze kwaad

waar, na ons Heere Jezus Christus,

de sterkste man aan ondergaat.

 

Zijn oog was rustigblauw; een verre zee.

Zijn woord van blijheid soms plotse fusee

in stalen nacht.

Hij lachte rood en zoende onverwacht

mijn dwaze haren en mijn jong gedacht.

 

De hooge schepen die de Schelde droeg,

hij wist hun laden vast en schoon te sturen.

Hij had hun namen lief,

om mee te spelen – als een kind naïef;

Karatchi, Pantos, Calcutta,

lijk schoon koralen.

 

Hij wist de haven; heimwee en verdriet,

bij vroegen morgenmist

en in den avond onder luid en rauw sierenenlied.

 

Marnix Gijsen

 

  

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

Monsieur le Président

 


Monsieur le Président,
je vous fais une lettre,
que vous lirez peut-être,
si vous avez le temps.

Je viens de recevoir
mes papiers militaires
pour partir à la guerre
avant mercredi soir.

Monsieur le Président
je ne veux pas le faire,
je
ne suis pas sur terre
pour tuer de pauvres gens.

C'est pas pour vous fâcher,
il faut que je vous dise,
ma décision est prise,
je
m'en vais déserter.

Depuis que je suis ,
j'ai vu mourir mon père,
j'ai vu partir mes frères,
et pleurer mes enfants.

Ma mère a tant souffert,
qu'elle est dedans sa tombe,
et se moque des bombes,
et se moque des vers.

Quand j'étais prisonnier
on m'a volé ma femme,
on m'a volé mon âme,
et tout mon cher passé.

Demain de bon matin,
je fermerai ma porte
au nez des années mortes
j'irai sur les chemins.

Je mendierai ma vie,
sur les routes de France,
de Bretagne en Provence,
et je crierai aux gens:

refusez d'obéir,
refusez de la faire,
n'allez pas à la guerre,
refusez de partir.

S'il
faut donner son sang,
allez donner le vôtre,
vous êtes bon apôtre,
monsieur le Président.

Si vous me poursuivez
prévenez vos gendarmes
que je n'aurai pas d'armes
et qu'ils pourront tirer.

 

Boris Vian

 

 Terug naar boven….

 

 

 

 

 

HASTA SIEMPRE

 

 

Aprendimos a quererte

desde la historica altura

donde el sol de tu bravura

le puso cerco a la muerte

 

Aqui se queda la clara

la entranable transparencia

de tu querida presencia

Commandante Che Guevara.

Tu mano gloriosa fuerte

sobre la historia dispara

cuando todo Santa Clara

se despierta para verte

 

Vienes quemando la brisa

con soles de Primavera

para plantar la bandera

con la luz de tu sonrisa

 

Tu amor revolucionario

te conduce a nueva empresa

donde espera la firmeza

de tu brazo libertario.

Seguiremos adelante

como junto a ti seguimos

y con Fidel te decimos

Hasta Siempre, Commandante.

 

Carlos Puebla

 

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

Geloof in socialisme

 

Vooraan in mijn tuin vertellen rozen
een helderrode mening waar ik achter sta.
Te kijken.
 
Ik geloof in socialisme zoals de natuur
ons dat leert, wie zei dat ook weer:
licht en zon zijn van iedereen.
 
De gelijkheid van er is voor allemaal evenveel
regen, groeien jullie maar, planten.
En de prachtige ongelijkheid die dat oplevert.
Herman De Coninck

 

Terug naar boven…

 

 

 

 

 

 

MIJN ALLEREERSTE  EERSTE MEI

 

 

‘k Herinner mij mijn eerste eerste mei :

de lente was in ’t land en mild

lag zon over de daken uitgegoten.

Guirlandes en papieren bloemen droegen wij

en glimlachten naar elk, verstild

om dit geluk voor kind’ren uit de goten.

Wij mochten in de stoet op de eerste rij !

Mijn allereerste eerste mei !

 

Wij zongen ’t lied met prille stemmen blij

lijk vader het ons had geleerd.

En heel ons hart lag in die mooie woorden

die klonken door de stad op de eerste mei,

de dag dat de arbeid wordt geëerd

en al dat volk het hart en oog bekoorde.

Wij zongen ’t lied vooraan op eerste rij !

Mijn allereerste eerste mei !

 

Wij stapten op onder een rode rij

van fiere vlaggen in de wind

en alle straten lagen voor ons open.

Zo werd het telkens weerom eerste mei

en elke keer méér strijdgezind

tot eens verknechting is voor goed verlopen.

Met rode vaan vooruit op de eerste rij !

Op de allergrootste eerste mei !

 

En morgen vieren wij weer de eerste mei

zoals het vroeger is geweest :

een dag voor meerder recht en vrede !

Komt zingt in alle tonen vrank en vrij

maakt van die dag het arbeidsfeest

zoals één mei was in een groots verleden.

De jeugd gaat mee vooraan op de eerste rij !

lijk op mijn eerste eerste mei !

 

 

Frans Beeckman

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

Licht en zon zijn van iedereen

 

Vooraan in mijn tuin vertellen rozen

een helderrode mening waar ik achter sta.

Te kijken.

 Ik geloof in socialisme zoals de natuur

ons dat leert, wie zei dat ook weer:

licht en zon zijn van iedereen.

De gelijkheid van er is voor allemaal evenveel

regen, groeien jullie maar, planten.

En de prachtige ongelijkheid die dat oplevert.

 

Herman De Coninck

(lievelingsgedicht van Minister Frank Van Den Broucke)

 

 

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

Romance

 

 

Ik speelde ooit piano

op je ribben, liefje, en je lach

smolt boterzacht en druppelde

in witte wolkjes neer. Die aanslag

 

werd veel later, toen jij met

de moeë ogen van het opgejaagde

ree naar bed verlangde, aan de

sneltrein van mijn handen doorverteld.

 

Het werd een lang verhaal,

een sprookje dat niet echt kon

duren, want de uren breken vingers,

slaan hun opstand uit elkaar.

 

Ik speelde ooit piano

op je ribben, liefje, en je lag

met al je vleugels open. Maar,

het regent en het regent elke dag.

 

 

© Koen Stassijns

koen.stassijns@telenet.be

 

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigen God eerst – Willem Vermandere

 

 

We zouden beter wat minder ruzie maken over welke God nu de beste is, en liever voor wat vrede zorgen op de wereld

Wie schiep de moslims en wie schiep de joden en 't Talibanvolk van Afghanistan
wie schiep de heimatloze zigeuners en de katoenplukkers van Oezbekistan
Schiep Jahweh misschien ook de pygmeeën en bedacht ie voor d'eskimo's dat ijskoud lot
en die dorre woestijnen voor de magere berbers of was dat Allah, was dat Jehovah, of God

Wie schiep de hindoe's en hun heilige koeien en 't arm volk dat daar op strate creveert
Heel handig die kasten en die wedergeboorte, zodat de pasja daar rustig regeert
Wie verzon toch al die verstikkende fabels an al die uitverkoren flauwekul
En dat ultiem paradijs voor de zelfmoordkrijgers, den blik naar achter en 't verstand op nul

God schiep destijds in amper zes dagen de wereld en het eindeloos firmament
Maar de zevenden dag viel ie in slape, aldus dat na 't vertellement
We weten zo weinig van zoveel geheimen, van kleuren en rassen en 't waarom van 't heelal
En zo bedacht de mens zelve zijneschepper, elk volk zijn Godje dat hem beschermen zal

Die God van 't eigen volk in nen gruwel, die "gott mit uns" die tut mir so leit
'k geloof niet in een God tot de tanden bewapend, in "dieu le veut" en in "god on my side"
zwijg mij val al die wrokkige goden, 't zij Jahweh 't zij Allah, de die zijn al dood
vertel ons liever van vriendschap en vrede en 't eerlijk delen van 't dagelijks brood

 

 

Terug naar boven….

 

 

 

 

 

 

 

Suzanne - Leonard Cohen

 

 

Suzanne takes you down to her place near the river
You can hear the boats go by
You can spend the night beside her
And you know that she's half crazy
But that's why you want to be there
And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you've always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you've touched her perfect body with your mind.

 

And Jesus was a sailor
When he walked upon the water
And he spent a long time watching
From his lonely wooden tower
And when he knew for certain
Only drowning men could see him
He said "All men will be sailors then
Until the sea shall free them"
But he himself was broken
Long before the sky would open
Forsaken, almost human
He sank beneath your wisdom like a stone
And you want to travel with him
And you want to travel blind
And you think maybe you'll trust him
For he's touched your perfect body with his mind.

 

Now Suzanne takes your hand
And she leads you to the river
She is wearing rags and feathers
From Salvation Army counters
And the sun pours down like honey
On our lady of the harbour
And she shows you where to look
Among the garbage and the flowers
There are heroes in the seaweed
There are children in the morning
They are leaning out for love
And they will lean that way forever
While Suzanne holds the mirror
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that you can trust her
For she's touched your perfect body with her mind.

 

 

 

Terug naar boven….